Schilderijen zijn gevoelig voor invloeden van buitenaf zoals temperatuurschommelingen, vocht en blootstelling aan (zon)licht. Sommige veranderingen die schilderijen na verloop van tijd ondergaan zijn onvermijdelijk. Zo kunnen barsten in de verf ontstaan, kleurveranderingen in het vernis en problemen met de drager (vb. doek of paneel) voorkomen.
Vooraleer een schilderij gerestaureerd wordt gaat er eerst een grondige inspectie aan vooraf. De gevoelswaarde en/of economische waarde van een schilderij zullen een mogelijke restauratie al dan niet verantwoorden.
Het reinigen en restaureren van een schilderij is een tijdrovende en secure maar bijzonder boeiende bezigheid. Het geeft enorme voldoening om een kunstwerk zijn originele schoonheid terug te geven.
enkele begrippen:
schoonmaken
Meestal het verwijderen van oppervlakkig vuil zoals nicotineaanslag of het schilderij ontdoen van een vergeelde vernislaag.
scheuren en gaatjes in doek
Scheuren en gaatjes kunnen gerepareerd en gedicht worden. Hiervoor worden verschillende methoden gebruikt, afhankelijk van de grootte van beschadiging.
(her)bedoeken
Doeken die te dun zijn geworden, hun draagkracht zijn verloren, scheuren of gaten vertonen kunnen in aanmerking komen. Het oplijmen van een nieuw stuk linnen ter versteviging van het originele doek is een bijzonder intensieve ingreep die zorgvuldig overwogen moet worden.
vullen
Een lacune is een onderbreking in de originele verf- en/of grondlaag. Het opvullen is een secure bezigheid. Het vulsel moet gelijk liggen met de originele verflaag en dezelfde structuur hebben.
retouche
Het aanvullen van plaatsen waar originele verf verloren is gegaan in exact dezelfde kleur en vorm. Wordt uitgevoerd met verven die niet vergelen of verkleuren.
vernissen
De slotbewerking. Vernis na restauratie dient als bescherming van de picturale laag (verf) en is dikwijls noodzakelijk om de juiste kleurdiepte te voorschijn te brengen.